We rijden erop los!

Domein
Metend rekenen
Leeftijd
Jongste kleuters

Ontwikkeldoel

De kleuters kunnen verandering, beweging, (snelheid) die ze met hun eigen lichaam ervaren of die ze bij voorwerpen, verschijnselen of bij andere mensen waarnemen, verwoorden.

De kleuters kunnen in concrete situaties handelingen uitvoeren met vormen, grootheden en figuren, in functie van een kwalitatief kenmerk.

ZILL

WDmk2

Inzicht verwerven in meetkundige objecten

• Punten, lijnen en vlakken

• Punten, lijnen en vlakken >  2.5-4j Onderzoeken van punten, lijnen en vlakken door zich te bewegen in de ruimte, te kijken naar en te handelen met voorwerpen

WDmm1

Vergelijken en ordenen zonder maateenheden

• 2.5-4j   Twee of meer dingen kwalitatief vergelijken volgens grootte, gewicht, lengte, volume, tijdsduur, temperatuur, snelheid ... - dingen sorteren op basis van een kwalitatieve vergelijking volgens één of meer gemeenschappelijke kenmerken

GO

KWALITATIEF VERGELIJKEN
De kleuters kunnen: kunnen verandering, beweging, (snelheid) die ze met hun eigen lichaam ervaren of die ze bij voorwerpen, verschijnselen of bij andere mensen waarnemen, verwoorden. (O.D. 2.7.)    

De kleuters kunnen:
in concrete situaties handelingen uitvoeren met vormen, grootheden en figuren, in functie van een kwalitatief kenmerk. (O.D. 2.4.) 
kunnen dit ook verwoorden met de passende begrippen.    
 

OVSG




 

 

Mogelijke thema's zijn:

  • voertuigen
  • fietsen
  • ik beweeg erop los!
  • enz.

De benodigde materialen zijn:

  • loopfietsen
  • eventueel speelgoedvoertuigen
  • kegels
  • eventueel een verhoog waarvan ze kunnen rijden

Voorzie voldoende ruimte waar de kleuters kunnen fietsen (gang, buiten, enz.).

STAP 1 aanknopingspunt

De materialen worden voorgesteld.

STAP 2 exploreren (in kleine groep)

De kleuters krijgen de ruimte om te exploreren met de materialen.
Observeer en speel eventueel mee.

Neem hier voldoende de tijd voor.
Indien de interesse afneemt gaan we over naar stap 3.

STAP 3 wiskundige kern (in kleine groep)

Vanuit een meespelen worden de doelen nagestreefd.
Ik stel begeleidende vragen en breng de kleuters tot verwoording.

Dit komt gespreid over verschillende momenten aan bod.

  • focus op snel en traag, vooruit en achteruit

Als eerste wil ik dat ze ervaren wat snel en traag rijden is, en ze dit ook laten verwoorden.
Zo merk ik op dat een kleuter snel rijdt. Ik benoem hierbij de kleuter en zijn handeling. Ik kijk hoe de kleuter en de andere kleuters hierop reageren. Misschien beginnen ze nu allemaal snel te rijden… Ik benoem dit ook.
Ik vraag vervolgens aan de kleuters of ze ook traag kunnen rijden. Om het begrip concreet te maken (bv. voor de peuters) stap ik zelf ook traag vooruit. 
En zo varieer ik een aantal keer (we rijden snel, we rijden traag, enz.). Vervolgens vraag ik aan de kleuters hoe ze willen rijden (waarbij ze zelf de begrippen verwoorden).
Vervolgens pas ik hetzelfde toe met de begrippen ‘vooruit en achteruit’. 

Differentiatie naar boven: ik wil ze laten ervaren dat obstakels een invloed kunnen uitoefenen op de snelheid.
Ik vraag aan de kleuters of ze kunnen achteruit rijden. Ik toon dit ook concreet door zelf achteruit te stappen of verwijs naar een kleuter die de beweging juist uitvoert. Ik vraag aan de kleuters of ze nu traag of snel rijden? Kunnen we snel rijden wanneer we achteruit rijden?
Ik voorzie ook kegels waartussen ze moeten slalommen. Ik laat ze traag ertussen rijden en daarna ook snel. Ik wil ze zo laten ervaren dat snel tussen de kegels rijden niet eenvoudig is. 
Indien je over een verhoog beschikt waar kleuters kunnen op en af rijden, kun je hen ook laten ervaren dat omhoog rijden trager gaat dan omlaag.

Ik laat de kleuters samen starten op een lijn (aangebracht met tape). De ene kleuter mag recht vooruit fietsen, de andere kleuter slalomt tussen de kegels. Wie komt er als eerst aan? Waarom is dit zo? (recht vooruit rijden gaat sneller dan slalommen tussen de kegels). We laten ze dit verschillende keren uitproberen. 

Differentiatie naar beneden: je kan voor de peuters ervoor kiezen om dit enkel te laten ervaren, zonder hierrond te veel in interactie te treden met hen.

Differentiatie naar beneden: ter visualisatie van de begrippen ‘snel en traag’ kunnen we ook ondersteunende prenten voorzien (zie downloads).

Tip: wanneer je niet over loopfietsen beschikt, kun je deze activiteit ook uitvoeren met de voertuigen in de autohoek. Je verhoogt dan wel het niveau, aangezien de kleuters het aspect ‘snelheid’ nu niet meer zo concreet kunnen ervaren. 
Je kan dit ook zien als een volgende stap in de opbouw van het doel. We laten de kleuters dit eerst zelf concreet ervaren, om vervolgens over te stappen naar concrete materialen. 

  • focus op lijnen

We brengen met tape lijnen aan op de grond (rechte lijnen, kromme lijnen, golvende lijnen, gebogen lijnen, enz.). Ik observeer wat de kleuters hiermee doen.
Op die manier ervaren ze de verschillende lijnen. Vooral het ervaren is hierbij belangrijk, nog NIET de verwoording.

We kunnen ook hier 2 kleuters laten samen starten. De ene kleuter fietst over de rechte lijn, de andere kleuter over de golvende lijn. Wie komt er al eerst aan? Waarom is dit zo? Zal dit steeds zo zijn? We laten ze dit verschillende keren uitproberen. 


 

STAP 4 terugblik

De kleuters verwoorden en/of demonstreren hun ervaringen, handelingen.

Ter ondersteuning voorzie ik foto's van hun spel. Ik kan ook een aanzet geven door zelf te vertellen wat ik zag.

Klik op de afbeelding om groter weer te geven.